Page content

‘We leave no man behind’

‘We leave no man behind’

Afgelopen zaterdag heb ik samen met een aantal andere defensiefitters meegedaan met The final exercise van CRASH MOVE. Hoewel een crash move in defensietaal het zo snel mogelijk verlaten van je huidige locatie is om jezelf en je team in veiligheid te brengen bij een dreiging, weet ik alleen dat ik vaak gecrasht ben en veel gemoved heb.

Bij aankomst in de Noordwijkse duinen mochten wij direct onze telefoon inleveren en kregen wij een grote rugzak toegeworpen met de opdracht ga je maar omkleden.

Iedereen dook nieuwsgierig de tas in en ontdekte daarin twee t-shirts, een fleece trui, een groene overall en twee dikke warme sokken. Al deze kleding eenmaal aangetrokken te hebben en de glimmende nieuwe kisten uit de doos te hebben gehaald voelde ik me even helemaal militair. In de rugzak waren naast de kleding ook nog andere diverse militaire benodigdheden te vinden. Daarnaast toverde iedereen een groene slaza (slaapzak) te voorschijn en probeerde ik ondertussen driftig uit te vogelen wat er in mijn tas zat. Het ijzeren gevalte in mijn tas had iets weg van een veldbedje, maar al hadden ze mij ook nog wel wijs kunnen maken dat het een partytent had kunnen zijn. Toen er werd geroepen wie de brandcard ik zijn tas had was het enige wat ik kon uitbrengen als dit de brancard moet voorstellen dan heb ik hem.

Met mijn tas op mijn rug en mijn kisten en overall aan voelde ik me als een kind zo blij. Het gewicht op mijn rug voelde goed en de strijdlust in mij kwam naar boven. Tijd voor de briefing waar wij kort uitleg kregen over de planning van de dag die compleet aan mij voorbijging, omdat ik werd afgeleid door een groepje bootcampers die door onze instructeurs in voorligsteun waren gepositioneerd vlak voor onze tent.

Twee teamleden werden aangesteld tot medici en kregen net als ik een heerlijk zwaar kogelvrijvest aan, omdat de spullen in onze tassen zodanig belangrijk waren dat ons leven er ook wel een beetje toe deed. De rest van de groep moest ons ten alle tijden beschermen, maar waren niet belangrijk genoeg om een kogelvrijvest aan te moeten trekken. Iets wat in mijn hoofd nog steeds niet logisch is, maar waarschijnlijk iets waardoor de benen van de rest van de groep een stuk beter aanvoelen dan de mijne vandaag.

Als gelukkige uitverkorene met mijn kogelvrijevest aan volgde er een rondje waarin iedereen zich kort voor de groep moest voorstellen en vanaf daar begon het avontuur. De tassen gingen om en iedereen moest een zandzak meenemen van 7kg of 10kg. Uiteraard ging iedereen voor de 10kg, want ach zwaar ging het toch wel worden en je wilt niet meteen aan het begin een deuk in je ego krijgen.

De mars werd ingezet naar de eerste locatie. Naja mars, ik noem het eerder een ongeregeld zooitje waarbij iedereen probeerde in twee rijen te blijven lopen, maar ieder zo gespannen was van wat er ging komen dat we zoals de commandant omschreef ‘er bij liepen als een stel basisschoolkinderen die naar huis wandelen in de pauze’.

Op de eerst locatie begonnen de eerste straffen te komen waarvan er de rest van de dag nog vele volgden. We waren nooit snel genoeg, nooit actief genoeg en zeker nooit goed genoeg. De eerste rondjes die ik rende op mijn kisten voelde vreemd, maar heerlijk.

Na een aantal rondjes gerend te hebben door de bossen en daarmee ons schoolkindtempo te hebben gecompenseerd mochten wij ons tas helemaal leeg maken en precies hetzelfde indelen zodat we niet langer individuen waren, maar daadwerkelijk een team begonnen te vormen.

Vanaf hier begon het marsen naar de volgende locatie en uiteraard ging het een aantal keer fout en moesten we weer terug rennen en opnieuw beginnen. Eenmaal aangekomen op het strand waren we verder doorgelopen dan had gemoeten en mochten we daarom de berg op en af rennen, maar ook de straf deden we verkeerd dus mochten we het nog een keer doen. Eenmaal terug in positie kreeg ik de leiding over de groep om een fort te bouwen om hier vervolgens ‘veilig’ pauze in te kunnen houden. Door het woord ‘leiding’ en ‘pauze’ was ik spontaan vergeten dat ik 1 minuut daarvoor bijna mijn half verteerde ontbijt had gedeeld met de top van het duin en begon ik als een gek iedereen aan het werk te zetten en heen en weer te rennen zodat alles liep zoals ik dat wilde. Voor ik het wist zaten we met zijn allen te genieten van een heerlijk droge granenreep in de zon en maakten we ons klaar voor alles wat ons nog te wachten stond.

fort-bouwen

De rest van de dag zijn wij bezig geweest met het verplaatsen van A naar B. Het tempo wisselde zich af van een normale mars naar een speedmars en we stopten regelmatig om onze straf uit te voeren voor het niet voldoende aansluiten aan de rij of simpelweg omdat we te langzaam waren. Toen ik voor straf terug moest tijgeren naar de laatste mensen van de groep en daar achter moest aansluiten en we vervolgens nog een keer terug moesten tijgeren, omdat niemand zijn zandzak had meegenomen van 10kg besefte ik me dat ik eigenlijk helemaal niet wist wat we nu weer verkeerd hadden gedaan. Echter maakte dit inmiddels niet meer uit, de groep was gefocust op het doel en op elkaar en we deden allemaal simpelweg wat ons werd opgedragen om te doen. De groepscohesie die ik op dat moment voelde is er eentje die ik nog lang bij mij zou dragen.

Gedurende de dag werd het sommigen van de groep soms wel is te veel en dit betekende elkaar tillen en elkaars spullen meesjouwen. Het motto van de dag was: ‘We leave no man behind!’.  Iedereen deed dit vol overgave en dit was mijn grootste motivatie om simpelweg te blijven rennen. Als ik achterop zou raken, zou dat beteken dat mensen mij zouden moeten meetillen, terwijl ik groter en zwaarder was van een groot gros van de groep. Er zat maar één ding op, doorgaan.

Na een heel stuk rennen en veel sterretjes gezien te hebben later kwamen we weer aan bij ons prachtige fort waar we na een kleine pauze al het zand eruit mochten halen op de plek waar we het hadden weggeschept en hoewel dit denk de enige opdracht was die we wel optijd en netjes hadden uitgevoerd mochten we alsnog de berg op rennen, gewoon omdat het kon.

Na een groot stuk terug te hebben gemarst met een van onze groepsleden op een brancard was iedereen op en verzuurd. Hierna volgde nog een killende speedmars, waarbij omstanders die lekker in de duinen met de hond aan het wandelen waren zich uitgenodigd voelden om mee te schreeuwen met de commandant op het moment dat we wederom niet goed aansloten op te langzaam renden. Mentaal was ik nog strijdlustig en wilde ik ervoor gaan, maar mijn benen voelden als lood en het enige wat er nog in mijn hoofd zat was een koud cola light met ijsklontjes. Na de speedmars volgde er slechts een mars terug naar de start en daar mochten we welverdiend genieten van de blauwe hap.

Ik heb in mijn leven al heel wat obstakel runs gedaan van lange afstanden, maar deze dag spande toch wel echt de kroon als het gaat om fysieke inspanning en uithoudingsvermogen. Hoewel ik vaak heb gedacht dit ga ik nooit volhouden en waar ben ik mee bezig, ben ik heel erg trots op mijn prestatie van deze dag en ik ben nog zekerder geworden van het feit dat ik militair wil worden.

In april staat het ‘Unbreakable’ evenement op de planning, waarbij we met 15 defensiefitters een hele nacht lang afgemat gaan worden! Voor nu gaat deze oma proberen de spierpijn er wat uit te sporten en heel wat eitwitjes naar binnen werken voor een optimaal herstel, wat doen jullie vandaag?

Liefs Shannon!

 

Comment Section

4 reacties op “‘We leave no man behind’



Door Helen op 31 januari 2017

Wat een heerlijk verslag. Ik heb het gevoel dat ik erbij was. Succes!



Door Alexander Verstraten op 2 februari 2017

Ge wel dig!!Mooi geschreven stukje over kracht verbondenheid en teamgeest

Plaats een reactie